Op Windows worden de bestanden van de schijf opgeslagen bij het uitwerpen, standaard elke 10 minuten (of 5 of 30, of uit) als er iets is gewijzigd, en voordat Windows wordt afgesloten of in de slaapstand gaat. Wanneer de schijf wordt gemaakt, worden ze teruggezet.
Op een Mac kies je het schema: elke 5, 10 of 30 minuten. Op de batterij worden bestanden minder vaak opgeslagen, en meteen wanneer de lading tot 10% daalt.
Valt de computer plotseling uit, dan verlies je niet meer dan wat sinds de laatste keer opslaan is gewijzigd.
DerivedData van Xcode of de browsercache hoef je meestal niet te bewaren: na een herstart vullen ze zich snel weer, en de schijf wordt leeg aangemaakt. De pakketcaches van npm, pip, Cargo en Gradle kun je beter bewaren, anders worden pakketten na elke herstart gedownload. Daarom bewaart het sjabloon “Developer” op Windows zijn bestanden, en “Xcode” en “Browsers” niet.
De kopieën worden op de systeemschijf opgeslagen. Is de RAM-schijf zelf versleuteld, dan zijn de kopieën ook versleuteld: op Windows met een sleutel die door het systeem wordt beschermd, op een Mac met een sleutel uit de sleutelhanger.